Bijna 8.900 woningen gebouwd of in aanbouw en 80.000 woningen van sociale aard

Nieuwe Monitoring van de publieke woonprojecten

Publication

Posted on 22 June 2026

 


© Serge Brison

 

Het achtste nummer van de Monitoring van de publieke woonprojecten maakt de balans op van de gewestelijke productie van openbare woningen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest in 2024. Sinds 2009 werden bijna 7.000 openbare woningen opgeleverd en momenteel zijn er meer dan 2.000 in aanbouw. In totaal telt Brussel vandaag bijna 80.000 woningen van sociale aard, wat overeenkomt met 13,1% van het gewestelijke woningbestand.

Bijna 7.000 openbare woningen gebouwd in 16 jaar tijd

In het Brussels Gewest werden bijna 7.000 openbare woningen gebouwd. 2024 was een overgangsjaar, met 367 opgeleverde woningen, voornamelijk voor de Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij (BGHM). Voor de komende jaren zijn er echter heel wat woningen in aanbouw (>2.000).

Ongelijke spreiding over het grondgebied

De gebouwde en in aanbouw zijnde woningen blijven geografisch erg ongelijk verdeeld. De meeste projecten zijn geconcentreerd in het westen en het noorden van het Gewest. Het zuidoosten telt dan weer minder projecten, die bovendien kleinschaliger zijn.

Sinds 2009 telt de Stad Brussel het grootste aantal opgeleverde gewestelijke openbare woningen, namelijk bijna 2.000 woningen. Als we ook de woningen in aanbouw meetellen, komt Anderlecht uit op bijna 2.350 woningen, wat 27% van het gewestelijke totaal is.

Gewestelijke programma’s blijven vooruitgang boeken

Het Gewestelijk Huisvestingsplan (GHP) bereikt bijna 3.000 opgeleverde woningen, ofwel 65% van de oorspronkelijke doelstelling van 5.000 nieuwe woningen die in 2004 werd vastgelegd.

Het programma Alliantie Wonen (AW) telt op zijn beurt 2.600 opgeleverde woningen en bijna 1.900 in aanbouw. Deze realisaties vertegenwoordigen 67% van de in 2013 vastgelegde doelstelling.

Bijna 80.000 woningen van sociale aard in het BHG

Woningen van sociale aard omvatten alle woningen die worden geproduceerd of omkaderd door gewestelijk overheidsbeleid dat de toegang tot huisvesting wil vergemakkelijken. Dat kan gebeuren via gematigde huurprijzen of via steunmaatregelen voor de aankoop of de herverkoop.

Het gaat om woningen van de BGHM, het Woningfonds, Citydev, de Community Land Trust Brussel (CLTB), de operaties voor stedelijke herwaardering, de gemeenten en OCMW’s. Daarnaast gaat het ook om private woningen die gewestelijke steun genieten, zoals woningen die door de sociale verhuurkantoren (SVK) worden beheerd, woningen die via een lening van het Woningfonds zijn verworven of de woningen waarvoor een huurtoelage wordt toegekend.

Op dit moment telt het Gewest bijna 79.650 woningen van sociale aard, ofwel 13,1% van het totale aantal woningen.

Als we de woningen met een huurtoelage buiten beschouwing laten om de vergelijking met de situatie in 2021 te kunnen maken, bedraagt het aantal woningen van sociale aard iets meer dan 68.100 eenheden (+220 woningen tegenover 2020), ofwel 11,2% van het totale aantal woningen (-0,3 procentpunt tegenover 2020). Dit betekent dat het totale aantal woningen in het Gewest sneller is gestegen dan het aantal woningen van sociale aard.

Acht gemeenten overschrijden de door het Brussels Gewest vastgelegde drempel van 15%

Rekening houdend met de huurtoelagen overschrijden acht gemeenten de drempel van 15% woningen van sociale aard:

  • Anderlecht: 20,51%
  • Sint-Jans-Molenbeek: 20,29%
  • Sint-Joost-ten-Node: 19,64%
  • Watermaal-Bosvoorde: 19,06%
  • Evere: 17,47%
  • Ganshoren: 16,38%
  • Sint-Agatha-Berchem: 15,60%
  • Stad Brussel: 15,59%

Sint-Pieters-Woluwe (5,43%), Elsene (6,10%), Ukkel (6,20%) en Oudergem (6,86%) laten dan weer het laagste aandeel optekenen.

Territoriaal onevenwicht bevestigd

De analyse op zowel gemeentelijk als wijkniveau laat zien dat er een duidelijk tekort is aan woningen van sociale aard in het zuidoostelijke kwadrant van het Gewest.

De recente productie van openbare woningen versterkt dit territoriale onevenwicht nog verder: het is in dit deel van het Gewest dat we tegelijk het laagste aandeel woningen van sociale aard en de laagste productieniveaus van de afgelopen zestien jaar zien.

Openbare gronden behouden voor de toekomst

De Gewestelijke Beleidsverklaring 2026-2029 kondigt verschillende maatregelen aan die de groei van het openbare woningbestand kunnen afremmen, of zelfs kunnen leiden tot een gedeeltelijke herverkoop ervan.

De grondkosten blijven stijgen en de budgettaire beperkingen nemen toe. Het behoud van openbare gronden is dan ook een grote strategische uitdaging – ook wanneer eigendommen worden herverkocht.

Er zijn verschillende alternatieven mogelijk, zoals de klassieke verkoop aan de hoogste particuliere bieder of mechanismen waarbij publieke controle mogelijk is, zoals de verkoop in erfpacht. De ervaring van andere Europese metropolen laat zien dat het belangrijk is om een zakelijk recht of een vorm van publieke eigendom op de betrokken gronden in handen te houden. Zo behoudt de overheid haar slagkracht op lange termijn en voorkomt ze dat ze activa definitief verliest die ze later niet meer tegen eenzelfde kostprijs kan verwerven.

Publications

En savoir plus